coastwatch

Op zoek naar de noordkromp

Rob Witbaard is onderzoeker op het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek. Hij gaat af en toe met het NIOZ onderzoeksschip de Pelagia de zee op om te onderzoeken hoeveel noordkrompen er leven op de zeebodem en hoe oud die zijn. Mede op basis van zijn onderzoek wordt bepaald welke gebieden je in de Noordzee moet beschermen en hoe je dat het beste kunt doen. We gingen een weekje met hem mee.

 

We zijn op de Oestergronden, ongeveer 150 km ten noorden van Den Helder, en staan op het achterdek van de Pelagia. De vangst van de bodemschaaf (een gespecialiseerd apparaat om bodemdieren mee op te vissen) is zojuist op de uitzoektafel gestort: slangsterren, kreeftachtige beestjes, hele grote wormen en een paar grote zwarte "bonken".


Rob pakt een van de bonken: "Dit is nu een noordkromp. De schelp is bijna cirkelrond en wordt maximaal 10 cm groot. De dieren leven ingegraven in de bodem en eten algen die ze uit het zeewater filteren. Ze kunnen zeer oud worden. Ten oosten van IJsland werd de tot nu toe oudste noordkromp gevonden, deze was 410 jaar oud."

We gaan verder, het schip zet koers naar het volgende monsterpunt en ondertussen maken we de bodemschaaf klaar voor de volgende trek.

Rob: "In het diepere kleigebied boven de waddeneilanden vinden we maximaal 1 noordkromp per 10 vierkante meter. Hier op de Oestergronden vinden we er meer. Uit oud onderzoek blijkt echter dat ze vroeger meer voorkwamen dan nu. De noordkromp heeft namelijk erg te lijden van de visserij op platvis. Doordat het dier net onder het bodemoppervlak leeft, raken schelpen makkelijk beschadigd door de zware kettingen die voor het net gespannen zijn om de vis op te jagen. Doordat noordkrompen zo groot zijn blijven ze bovendien geregeld in de mazen van het net hangen.

 

Ook onze volgende trek heeft succes. Er zitten weer een paar noordkrompen in de vangst! Uniek volgens Rob: "Kijk eens naar die schelpen, zijn ze niet prachtig? De schelp is als het ware het harnas waarmee het weekdier zich beschermt tegen de buitenwereld. Als het dier groeit, moet de schelp meegroeien. Dit doet het dier door het vormen van kalk, zoals ook onze eigen botten groeien."

Rob: "Doordat er in de Noordzee, net als op het land, grote seizoensvariaties in temperatuur en voedselrijkdom hebt, groeit het dier niet altijd even hard. In de winter als het koud is en er weinig voedsel is, gaat het heel langzaam. In het voorjaar en de vroege zomer, als er veel te eten is, groeit het weekdier snel. Daardoor ontstaan groeilijnen. Kijk, die grijsverkleurde banen in de witte kalk zijn de groeiringen. In het lab zagen we de schelpen heel voorzichtig door en tellen en meten we de groeiringen. Aan de hand daarvan bepalen we de ouderdom, maar ook hoe hard en wanneer ze zijn gegroeid. Het blijkt bijvoorbeeld dat de dieren uit het noorden van de Noordzee veel trager groeien dan dieren uit Nederlandse wateren." In het noorden is het namelijk kouder en er komt minder voedsel op de bodem komt. Dit komt onder andere omdat het daar meer dan 100 meter diep is.


De scheepsmotoren beginnen weer te ronken. Op naar het volgende monsterpunt. Het wordt nog een lange en interessante week.